Lis; Gele Lis

Over het voedsel van bijen en hommels en hun rol bij de bestuiving in natuur en cultuur.

Moderators: de vos roger, maartenkleijne

Gebruikersavatar
Oude Essink
Berichten: 2223
Lid geworden op: za 18 nov 2000, 01:00
Locatie: Nederland
Contacteer:

Lis; Gele Lis

Berichtdoor Oude Essink » za 19 jun 2004, 15:08

Gele lis; Iris pseudacorus L.

Wereldwijd kent de Lissenfamilie (Iridacaeën) 1500 soorten; de meeste komen in de (sub-)tropen voor; onze meer gematigde streken kent 200 soorten, waarin alle kleuren van de regenboog (Iris) zijn vertegenwoordigd. De Gele Lis is bij ons inheems en staat langs de waterkant in grote populaties volop te bloeien van Mei tot Juli.

Afbeelding
Ogenschijnlijk ziet de bloem er gecompliceerd uit; op de afbeelding is evenwel duidelijk de structuur te zien:
De bloem heeft 6 bloembladen, die samen de keel of kroonbuis vormen van de bloem; drie ervan groeien vervolgens breeduit naar beneden: deze drie onderste bloembladen geven de bloem drie landingsplaatsen; de drie andere zijn smal en staan rechtop: de drie bovenste bloembladen.
De stamper heeft 3 brede bloembladachtige stijlen die boven de drie landingsplaatsen uitsteken; de stempels zitten op een klein blaadje vlak onder de assplitsing van de brede stijl. en zijn naar beneden toe ontvankelijk voor de pollen.
Er zijn 3 meeldraden met ieder twee langwerpige helmknoppen; zij bevinden zich aan de onderzijde van de brede stijlen beneden de stempels.

De gele lis is 1.5 tot 2 meter hoog en krijgt achtereenvolgens per stengel 4 '“ 12 bloemen; het is een eendagsbloeier: de bloem bloeit van 6.00 tot 16.00 u. en verwelkt dan. Vermeerdering geschiedt uit zaad of door uitlopers van de wortelstok. Tuincenrta hebben inmiddels een schier eindeloze reeks soorten en bastaarden in de aanbieding.
De familie Lis is verwant met de Krokusfamilie.

Afbeelding
De 3 landingsplaatsen hebben elk het honingmerk, dat sterk geurt en door haar bruinviolette nerven de weg naar de nectar wijst; deze bevindt zich in de kroonbuis aan de basis van de zes bloembladen. De bestuiver moet onder de brede stijl door naar binnen en veegt eerst met zijn rug pollen af aan de stempel; pas daarna passeert zij de rijpe helmknoppen die het stuifmeel op haar rug deponeren. Als zij de nectar heeft ingenomen en zich terugtrekt, buigt daarbij de stempel achterwaarts naar de stijl en neemt zo geen pollen van de eigen bloem op.
Omdat de stempel zich boven de helmknoppen bevindt zal er ook geen eigen stuifmeel op vallen. Zelfbestuiving wordt zo voorkomen.
De grootte van de bloem en de vrij diep verscholen nectar wijst op een hommelbloem; bijen die erop vliegen zullen zich vooral aan de pollen tegoed doen.

Afbeelding
Bijen en hommels zijn achterpootverzamelaars en lopen rechtstandig de bloem in.
Hier betrapte ik een buikverzamelaar, die krachtige buikborstels heeft op haar abdomen en daar het stuifmeel verzamelt.
Het beestje liep rechtstandig de bloem in en draaide zich vervolgens op de rug, toen zij bij de helmknoppen was aangeland; haar buik was knalgeel van de pollen; ruglings verliet zij dusdanig snel de bloem, dat het mij niet gegeven was een duidelijke foto te maken; het kan een Eriades geweest zijn of een Osmia of Anthidium.

Hennie oes
Afbeelding

Terug naar “Dracht”

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 2 gasten