Een lange periode van slecht weer in de zwermtijd kan voor verassingen zorgen. Ik maakte een veger van een goed volk dat nog geen zwermneigingen vertoonde. Het thans moerloze volk had bias genoeg om tot het aanzetten van doppen over te gaan. 12e dag: ik hoorde geen tuter en bij controle bleken geen doppen aangezet. Vanuit de veger zette ik opnieuw een raam met eitjes en larfjes in; dit leidde opnieuw niet tot doppen; het volk vertoonde overigens geen tekenen van moerloosheid; zou er misschien toch een aan mijn aandacht ontsnapte jonge moer aanwezig zijn? Vanuit een kast met gesloten doppen zette ik een raam met 2 doppen in; op de dag van uitlopen in de afleverende kast voerde ik wederom een controle uit: van de 2 doppen was geen spoor meer te vinden; de bijen hadden ze weggeknaagd. De afleverende kast gaf intussen een nazwerm af; ik heb deze geschept en met een krant op de honingkamer geplaatst; zwerm, krant en honingkamer licht beneveld met een licht lavendelgeurtje. De volgende ochtend lag de krant versnipperd op de bodem van de kast, zoals dat hoort bij een geslaagde “vereniging met de krant” en de nazwerm was in de kast getrokken. Geen vermoorde bijen op de vliegplank; wel een gezellige drukte van foeragerende bijen.
Twee dagen later zie ik boven mijn huis een zwerm vertrekken met onbekende bestemming. Geen van mijn volken komt in aanmerking een zwerm af te leveren behalve….
Nu weet ik nog steeds niet hoe het volk waaruit ik ooit de oude moer weghaalde (op 18 mei, nu 2 maanden geleden!!) eraan toe is. Het geeft nog steeds geen tekenen van moerloosheid; broed en eitjes zijn er niet; geen onrust die kenmerkend is voor een moerloos volk. Het weer staat mij niet toe het volk grondig door te spitten. Ik wacht het einde van de regen af.